Uit het nieuwe boek van Riet Okken.
De ontmoeting
Jij die bent voorbij al mijn namen
voorbij aan man of vrouw
jij bent het beeld
waarnaar ik ben geschapen
Jij bent die weet
en die mij kent
die mij draagt
in eind’loze Liefde
Jij die ík ben
Het moge langzamerhand (na 42 hoofdstukken!) duidelijk zijn wat religie en dus ook het oorspronkelijke Christendom- of misschien moeten we zeggen het gnostische Christendom- eigenlijk behelst. Het gaat om de ontmoeting met onze eeuwige ziel, met degene die onze grote dichter Roland Holst zo prachtig omschreef als: O, mijn groter sterker evenbeeld aan de andere zijde van licht en wind, mijn voortijdelijke gelijke van die glinsterende kust.
Als jongen heeft Roland Holst in een omgeving van warmte en schoonheid, knappend houtvuur en gezang, een richtinggevende ervaring gehad: ‘Uw ogen en uw gelaat zoals ik het bijzijden het houtvuur begon te onderscheiden, maakten het mij onmogelijk een gedachte gaande te houden. Uw blik was op mij, stil en machtig..’
Toen voor het eerst,
terwijl ik voelde, onverwonderd,
dat gij naast mij waart,
wist ik dat wij broeders zijn,
al zijt gij ouder en zoveel sterker en helderder dan ik.
Deze ervaring heeft een heimwee in hem losgemaakt die hem zijn hele leven tot een zoeker maakte:
Een kind had lang geleden een prachtig en geheimzinnig avontuur, waarvan hij de volgende ochtend een vaag gevoel overhield, alsof er iets mee bedoeld zou kunnen zijn, maar voor mij zal een levenslang wachten eindelijk in vervulling zijn gegaan, en ik zal u aanzien, mijn lege handen leggend in uw handen, met een onuitsprekelijke vertrouwdheid, die de lange scheiding ten spijt, door het wachten en de innerlijke omgang is ontstaan. U zien, U weer aan te raken, sterkere broeder uit die verte waar het helder is, aan wie ik zoveel gedacht heb en tot wie ik zo vaak sprak, en die mij dan zal kunnen zeggen hoe hij, sinds mijn geboorte hier, altijd bleef in de omtrek van dit leven, opdat hij mij weer af zou kunnen halen zodra ik klaar zou zijn met wat mij hier te doen stond..
Mani
Een soortgelijke ervaring had de derde-eeuwse gnosticus Mani, in het jaar 216 geboren in Mesapotamië, het huidige Irak. Hij werd een groot leraar van een wereldwijde beweging en bekend van het Middenoosten tot in Algerije, Egypte en China. In deze landen werden zijn geschriften in de twintigste eeuw gevonden, waarvan de belangrijkste de zogenaamde Keulse Manicodex is, die in
Mijn Metgezel onthulde mij vanwaar ik kom
En wie ik ben
En wat mijn lichaam is
En hoe ik gekomen ben
En hoe mijn komst in de wereld zich voltrok..
Hij onthulde mij wie mijn echte Vader is in den hoge..
En ook over mijzelf, wie ik ben
En wie toch wel de Metgezel is die onafscheidelijk van mij is..
Hij toonde mij alles..
Hij die onwankelbaar is
Vroom heb ik hem ontvangen
En als mijn kostbaarste bezit verworven
En ik heb geloofd
Dat hij mij toebehoort en van mij is
En dat hij een goede en voortreffelijke raadgever is
Ik herkende hem en heb verstaan
Dat hij mijn Zelf is
Van wie ik eens gescheiden werd
En ik heb betuigd
Dat ik zelf hem ben
Volledig aan hem gelijk…
Toen het mijn Vader behaagde
En Hij zich over mij ontfermde
Toen zond Hij mij van ginds mijn Metgezel
Die onwankelbaar vaststaat
De volkomen vrucht der onsterfelijkheid
Opdat deze mij zou vrijkopen en verlossen
Uit de dwaling van de aanhangers van die Wet
Hij, de Metgezel, kwam tot mij en bracht mij de beste hoop. 3)
Dit erfgoed heeft het officiële Christendom weggegooid en dat is letterlijk doodzonde! De ontmoeting met de innerlijke Metgezel of Tweeling zou het hart van religie en elke spiritualiteit moeten zijn. Omdat ik het zelf niet mooier kan zeggen, nog een citaat, deze keer uit het Thomasevangelie dat in Nag Hammadi gevonden is. Logion 84:
Als jullie je gelijkenis in de spiegel zien,
scheppen jullie daar behagen in.
Maar als jullie je evenbeelden aanschouwen
Die ontstaan zijn lang voor jullie geboren werden
Die niet sterven en nu onzichtbaar zijn
Hoeveel vreugde zullen jullie dan ervaren.
Een weg van zuivering
De weg die de gnostici van die tijd gingen was de weg van zuivering en ascese. ‘Een ieder zal zich zuiveren van verdeeldheid, door de duisternis te verzwelgen door het licht, en de dood door het leven’, schrijft Valentinus- ook al was hij het minst ascetisch van de gnostici- in zijn evangelie van de waarheid. ‘We moeten bovenal zorg dragen dat het huis zuiver is en rustig voor de eenheid.’ Dat is het opus dat we moeten verrichten willen we onze innerlijke Metgezel ontmoeten. In die tijd was ascese, onthechting aan al het aardse de aangewezen weg, een weg die uiteindelijk niet heilzaam is gebleken, omdat ascese veelal op verdringing gebaseerd is en teveel met de wil beoefend. Je heft verdeeldheid in jezelf niet op door een kant buiten te sluiten en te verdringen. De oosterse wijze Sri Aurobindo zag achter de ascetische traditie de aanname ‘dat de goddelijke natuur kil is en ontdaan van wat dan ook, leeg, streng, afstandelijk, zonder de heerlijke rijkdommen van het zogenaamde egoïstische menselijke vitale leven. Alsof er geen goddelijke vitaliteit is.’ 4) In deze tijd waarin veel nieuwe psychotherapeutische methodes zijn ontwikkeld en beproefd, is er een andere weg mogelijk, waarin we de verdeeldheid in onszelf opheffen door vrede te sluiten met beide kanten, met de bewuste zijde in ons en met die delen, gevoelens en ervaringen, die we vanuit kinderlijk zelfbehoud, hebben verdrongen. Zo, stap voor stap, kunnen we ons innerlijk Lichtpunt zoals ik de innerlijke Metgezel ook wel genoemd heb, vinden, die veelal verborgen is onder onze neurotische conflicten en verdeeldheid. Uiteindelijk hebben de verwikkelingen van het leven weinig te betekenen als er geen antwoord van binnenuit komt. Zoals Jung zei: Ik kan mezelf alleen begrijpen vanuit innerlijke belevingen. 5)
A. Roland Holst, De afspraak, p. 35
De Keulse Manicodex.
Ibid. p. 120, 121 en 162
De visie van Sri Aurobindo, een keuze uit zijn brieven, p. 46
C.G. Jung, Herinneringen, p. 16




